Het Vitra Design Museum in Weil am Rhein heeft Hella Jongerius haar eerste overzichtstentoonstelling gegeven. Whispering Things liep van 14 maart tot 6 september 2026 en is gebouwd op het studioarchief van Jongeriuslab, dat het museum in 2024 verwierf. Sinds 23 oktober staat de tentoonstelling in het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg, waar ze tot 13 juni 2027 te zien is.
Een archief vol proeven en prototypes
Het museum verwierf niet alleen de bekende producten van Jongerius. Het archief bevat ook alles wat aan die producten voorafging: materiaalproeven, prototypes, tekeningen en onderzoek. Daarnaast zitten er experimenten in die de studio deed zonder opdrachtgever, puur uit nieuwsgierigheid naar een materiaal of een kleur.
Voor wie haar werk kent, is dat logisch. Jongerius laat het maakproces graag zien. Een naad mag zichtbaar blijven, een glazuur mag ongelijk vallen, een stof mag laten zien hoe hij geweven is. Haar Knitted lamp is daar een goed voorbeeld van. Een archief met de tussenstappen vertelt bij zo’n ontwerper minstens zoveel als het eindproduct.
Wat er te zien is
Whispering Things beslaat haar hele loopbaan, van de jaren negentig tot nu. Er hangen en staan textiel, keramiek, meubels, lampen en sculpturale objecten. Curator is designhistoricus Glenn Adamson, met Marcella Hanika als assistent-curator. Het tentoonstellingsontwerp is van Harm Rensink, de grafische vormgeving van Studio Joost Grootens.
De opbouw volgt de manier waarop Jongeriuslab werkt: lagen over elkaar leggen, verbanden leggen tussen projecten, het materiaal centraal zetten en het proces laten zien. Ook opdrachten voor bedrijven krijgen een plek, met werk voor onder meer Maharam, KLM, Camper en Vitra. De titel past bij die aanpak. Haar ontwerpen schreeuwen niet, ze fluisteren.

Van Jongeriuslab naar Vitra
Jongerius richtte Jongeriuslab op in 1993. Ze woont en werkt inmiddels in Berlijn. Al vroeg zocht ze de spanning op tussen ambacht en industrie: handwerk naast massaproductie, oude technieken naast nieuwe. Dat leverde objecten op die er net iets anders uitzien dan je van een fabrieksproduct verwacht.
Vanaf 2004 werkt ze met Vitra. Voor dat merk ontwierp ze onder meer de Polder Sofa, een lage, brede bank met kussens in verschillende tinten en stoffen, en de East River Chair. Ook The Worker Chair komt uit die samenwerking. Daarnaast is ze al jaren art director voor kleuren en materialen bij Vitra. Ze bouwde de Vitra Colour & Material Library op en gaf zelfs klassiekers van Jean Prouvé een nieuw kleurenpalet. Op de site van Vitra staat een uitspraak die haar denken goed samenvat: “One colour is no colour. A colour becomes a colour because it has neighbours.”
Nederlands design in een internationale collectie
Dat een Duits museum het complete archief van een Nederlandse ontwerper opneemt, zegt iets over de plaats van Dutch design. De generatie die in de jaren negentig opkwam, met haar conceptuele en vaak eigenzinnige omgang met materiaal, wordt nu als designgeschiedenis behandeld. Het werk verhuist van galerie en woonkamer naar de museumcollectie, inclusief de schetsen en mislukte proeven.
Voor Nederland is dat dubbel. Het is een erkenning, maar het archief van een van de bekendste Nederlandse ontwerpers ligt nu wel in Weil am Rhein. Onderzoekers en studenten die haar werkwijze willen bestuderen, moeten daarvoor de grens over. Het Vitra Design Museum verzamelt al jaren breed en internationaal, en met dit archief krijgt het Nederlandse aandeel in die collectie een stevige plek.
Wie verder wil lezen, kan terecht bij het boek bij de tentoonstelling. Het telt 216 pagina’s en meer dan 700 afbeeldingen, met essays van onder anderen Alice Rawsthorn, Glenn Adamson en Paola Antonelli en een gesprek tussen Jongerius en Louise Schouwenberg. Meer Nederlandse ontwerpers en hun bekendste werk vind je in de Dutch Design top 100.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van Vitra.




