Nederlandse designklassiekers krijgen in Culemborg een nieuw leven. Meubels van ontwerpers als Gerrit Rietveld en Martin Visser worden daar opnieuw ontwikkeld en op de markt gebracht, met respect voor het oorspronkelijke ontwerp maar aangepast aan de eisen van nu. Achter dit initiatief staat een voormalig data-ondernemer die bewust koos voor een andere richting: weg van abstracte data, richting tastbaar vakmanschap.
De onderneming RSGA Design werd in 2013 opgericht en groeide uit tot een groep waarin meerdere bekende Nederlandse meubelmerken zijn samengebracht, waaronder Gelderland en Pastoe. Samen vertegenwoordigen ze een belangrijk deel van de Nederlandse designgeschiedenis, maar dan met een moderne, commerciële aanpak.
Oprichter Titus Darley bouwde eerder een succesvol databedrijf dat zich richtte op het analyseren van kassadata. Toch besloot hij dat hij iets anders wilde: producten maken waar vakmanschap en kwaliteit centraal staan, in plaats van massaproductie waarin prijs de boventoon voert. Hij ging op zoek naar designbedrijven met sterke producten en een goed verhaal, maar waar de groei stagneerde door gebrek aan focus of commerciële slagkracht.
De eerste stappen van RSGA Design
Een van zijn eerste stappen was de overname van Rietveld by Rietveld, inclusief de rechten op de ontwerpen. Daar zag hij direct ruimte voor verbetering. De ontwerpen waren iconisch, maar niet altijd praktisch of comfortabel voor hedendaags gebruik. Door het assortiment uit te breiden en aan te passen, wist hij een bredere doelgroep aan te spreken.
Daarna volgden andere merken, zoals Spectrum en later Gelderland. Ook Pastoe werd toegevoegd, nadat het bedrijf failliet was gegaan. Niet alle productie vindt nog in Nederland plaats. Hoewel dat vaak de voorkeur heeft, is het in veel gevallen financieel niet haalbaar. Een deel van de productie is daarom verplaatst naar Azië, terwijl bepaalde productlijnen nog wel lokaal worden gemaakt.
Het werken met meerdere losse merken bleek op termijn onoverzichtelijk. Daarom koos het bedrijf voor meer focus, met twee duidelijke hoofdmerken: Gelderland en Pastoe. Onder Pastoe vallen nu ook de andere designlabels, wat het eenvoudiger maakt om internationaal te opereren.

De kern van de aanpak zit in het opnieuw tot leven brengen van bestaande ontwerpen. Een goed voorbeeld is de fauteuil ‘Zwaan’, oorspronkelijk ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1958. Voor de herintroductie werden originele tekeningen bestudeerd en bestaande exemplaren nauwkeurig geanalyseerd. Het ontwerp werd aangepast aan de verhoudingen van de moderne gebruiker, zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke karakter.
Technisch verbeterd
Ook technisch werd het meubel vernieuwd. Moderne materialen en productietechnieken zorgen voor meer comfort en duurzaamheid, terwijl het uiterlijk vrijwel onveranderd blijft. Zo ontstaat een product dat zowel historisch klopt als praktisch bruikbaar is in deze tijd.
Internationaal doorbreken met Nederlands design blijft lastig, zeker in landen met een sterke eigen designtraditie. Toch lukt het om stappen te zetten, bijvoorbeeld via samenwerkingen met buitenlandse partijen die de ontwerpen op grotere schaal produceren en verkopen. Dat maakt het mogelijk om de prijs toegankelijker te houden en een breder publiek te bereiken.
Tegelijkertijd spelen er nieuwe uitdagingen. Stijgende grondstofprijzen en internationale spanningen hebben direct invloed op de kosten. Dat dwingt het bedrijf om continu te blijven schakelen tussen kwaliteit, prijs en productie.
Dit artikel is geïnspireerd op dit artikel uit de Volkskrant.



