In de oude Philips-fabriek van Piet Hein Eek in Eindhoven was tijdens de Dutch Design Week van 17 tot en met 25 oktober 2026 een eenvoudige stoel een van de opvallendste stukken. De V8.4-stoel is een samenwerking tussen Sander Wassink en Piet Hein Eek: een vast aluminium skelet, aangevuld met restmateriaal uit de werkplaats van Eek. Daarnaast liet trendforecaster Lidewij Edelkoort er elf vloerkleden zien.
Een stoel die het hout laat beslissen
De V8.4 hoort bij de V-Series, een systeem dat Sander Wassink ontwikkelde om stoelen licht en compact op te bouwen. De basis bestaat uit vier industrieel geproduceerde aluminium onderdelen. Die verbindingen liggen vast; wat ertussen komt, kan steeds anders zijn.
Voor deze versie koos Wassink voor resthout uit de werkplaats van Piet Hein Eek. Het systeem past op planken en latten van verschillende breedtes en diktes, zodat er nauwelijks gezaagd of geschaafd hoeft te worden. De bestaande maten, oude markeringen en onregelmatigheden van het hout zijn het vertrekpunt. Daardoor is geen enkele stoel gelijk aan de andere, terwijl ze allemaal op dezelfde vier aluminium delen rusten.
Volgens Piet Hein Eek zijn zowel complete stoelen als losse onderdelen van de V-Series te koop. Dat laatste is interessant: wie de aluminium delen heeft, kan in principe zelf met gevonden hout aan de slag.
Restmateriaal als rode draad bij Piet Hein Eek
Dat juist Piet Hein Eek deze samenwerking aangaat, ligt voor de hand. Sinds zijn afstuderen aan de Design Academy Eindhoven in 1990 bouwt hij meubels van materiaal dat anderen weggooien. De Sloophouten kast werd zijn bekendste ontwerp: een kast waarin oude planken met verflagen, spijkergaten en verschillende houtsoorten tot een lappendeken zijn samengevoegd. Later volgde onder meer de Sloophouten tafel.
Het verschil met de V8.4 zit in de aanpak. Bij de sloophouten meubels van Eek bepaalt de ontwerper het eindbeeld en wordt het hout passend gemaakt. Bij Wassink ligt de constructie vast en volgt de vorm uit wat er toevallig op de stapel ligt. Het resthout uit de werkplaats van Eek wordt zo grondstof voor een ander ontwerp.
Ook Wassink werkt al jaren met gevonden en afgedankt materiaal. Waar Eek vooral ambachtelijk en met de hand werkt, combineert Wassink een industrieel product met de onvoorspelbaarheid van restafval.
Elf kleden onder regie van Lidewij Edelkoort
In de showroom stond ook Room, een collectie vloerkleden die Lidewij Edelkoort samenstelde. Het gaat om elf kleden in beperkte oplage, ontworpen door vijf ontwerpsters: Carole Baijings, Kiki van Eijk, Ina Meijer, Mariola López Mariño en Edelkoort zelf. De kleden worden in Buenos Aires met de hand getuft van lokaal gevonden wol, in samenwerking met het Design Lab van El Espartano. De collectie was eerder dit jaar te zien tijdens de designweek in Milaan, bij Galleria Rossana Orlandi.
Het idee achter Room is de kamer als plek van beschutting en intimiteit. De ontwerpsters werken dat uit met textuur, kleur en proeven met materiaal, waardoor elk kleed een eigen karakter heeft binnen dezelfde techniek.
Een fabriek vol makers
De Designer Exhibition bij Piet Hein Eek is al jaren een vaste halte tijdens de Dutch Design Week, zoals ook in 2014. Dit jaar exposeerden er zo’n tachtig makers, van studenten en jonge ontwerpers tot gevestigde namen als Daphna Laurens, Studio RENS en Teun Zwets. Het werk was verdeeld over vijf delen van het gebouw: Office, Workshop, Showroom, Platform en Studios.
De V8.4-stoel past goed in die omgeving. Het is een ontwerp dat de werkplaats zichtbaar maakt: wat daar overblijft, krijgt via een slim systeem een tweede leven. Daarmee sluit de stoel aan bij een Nederlandse designtraditie waarin hergebruik en eerlijk materiaal centraal staan, van de Chest of drawers van Tejo Remy tot de sloophouten meubels van Eek zelf.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van Interieur & Design Vandaag.



