Dutch Design Week 2026 is voorbij. Van 17 tot en met 25 oktober trok Eindhoven weer bezoekers uit binnen- en buitenland, en het Britse designplatform Dezeen zette vooraf tien presentaties op een rij die je volgens de redactie niet mocht missen. Opvallend veel daarvan draaiden om meubels en materialen. Wij kijken terug op drie van die tips en op wat ze zeggen over de stand van het Nederlandse meubelontwerp.
Een internationale selectie is altijd interessant, omdat ze laat zien wat buitenstaanders herkennen als typisch Nederlands. In dit lijstje was dat duidelijk: onderzoek naar herkomst van materialen, meubels die hun maakproces niet verbergen en ontwerpers die zich samen organiseren. Dat sluit aan bij wat we eerder beschreven in Dit is zo ‘Dutch’ aan Dutch Design.
Table of Power: een lange tafel als podium
Het collectief Show Not Show bracht zijn derde DDW-presentatie onder in X7 de Kruisruimte aan de Generaal Bothastraat. Achter de naam zitten zes studio’s: Frank Penders, Lucas Zito, Marc Meeuwissen van Dear Objects, Aad Bos van MOKKO, Pepijn Fabius Clovis van Studio Fabius Clovis en Studio Luuk van Laarhoven. Dit jaar nodigden ze drie gasten uit: Aleksandra Adamchyk, Kilian Vos en Pablo Octavio.
Centraal in de ruimte stond een lange tafel. De titel verwijst naar The Table of Power, het fotoproject van Jacqueline Hassink over de vergadertafels van grote bedrijven. Waar die tafels macht en afstand uitstralen, maakte Show Not Show er een plek van om aan te schuiven. Op de openingsavond diende de tafel als decor voor het persdiner van DDW, met keramiek van Studio Four en glaswerk en bestek van Maarten Baptist. Zo werd een meubel dat normaal voor hiërarchie staat een gedeelde ondergrond voor verzamelobjecten, eten en gesprek.
Local Linoleum: Christien Meindertsma maakt vloer massief
Op het Secrid Talent Podium in het Klokgebouw op Strijp-S stond het werk van Christien Meindertsma. Zij brengt al jaren in kaart waar alledaagse materialen vandaan komen en hoe ze gemaakt worden. Bij Local Linoleum draait het om een gewoon vloermateriaal, maar dan dik en driedimensionaal in plaats van als dunne rol.
De grondstoffen komen uit de buurt: lijnolie van lokale vlasboeren, houtstof van meubel- en houtbewerkingsbedrijven en krijt dat vrijkomt bij de productie van drinkwater. Volgens Meindertsma wordt niets daarvan uit de aarde gewonnen. Het resultaat is een massief bouwmateriaal dat aan het eind van zijn leven opnieuw gebruikt kan worden. Het project ontstond in 2023 in opdracht van het Victoria and Albert Museum in Londen, waar het tot oktober 2024 te zien was. Tijdens DDW toonde ze het naast verwante onderzoeken, zoals de Flaxwood-linoleumtegels en 3D-geprinte wol.

Vlas loopt als een rode draad door haar werk. Eerder schreven we over haar Flax poef, een zitobject dat eveneens laat zien hoeveel er met één Nederlands gewas te doen is.
Teun Zwets: hout dat met een bijl is gekloofd
Ook de Eindhovense ontwerper Teun Zwets stond in de selectie. In A6 F O R M designlab aan de Halvemaanstraat toonde hij Splitted: Wall Works, nieuw werk uit zijn Splitted-collectie. Zwets klooft houten balken met een bijl en laat de scheuren, de nerf en de ruwe breukvlakken zichtbaar. Daarna lakt hij de stukken hoogglanzend af. Dat contrast tussen een grove, haast gewelddadige bewerking en een gladde, glimmende huid maakt de meubels herkenbaar.
Dit jaar verplaatste hij die techniek naar de muur, met onder meer een spiegel, een medicijnkastje en een wandplank, getoond naast meubels uit dezelfde collectie. Het past in een Nederlandse traditie waarin het maakproces zichtbaar mag blijven: niet de perfecte afwerking staat voorop, maar het verhaal van hoe een stuk hout zijn vorm kreeg.
Verzameldesign in honderdvoud
Een van de grootste presentaties in Dezeens lijstje was Forward Furniture, waar bijna honderd ontwerpers elk drie collectible meubels lieten zien. Samen met de kleinere presentaties van Show Not Show en Teun Zwets laat dat zien hoe sterk het segment van verzamelbare, in kleine oplage gemaakte meubels in Eindhoven is geworden. Waar DDW vroeger vooral een podium was voor afgestudeerden en prototypes, zoals we zagen tijdens Dutch design week 2014, is het nu ook een plek waar ontwerpers hun werk als autonome objecten presenteren.
Tegelijk blijft het onderzoekende karakter overeind. Meindertsma’s linoleum is geen product dat je morgen koopt, maar een voorstel voor hoe we met grondstoffen uit eigen land kunnen bouwen. Juist die combinatie van ambacht, materiaalonderzoek en eigenzinnige presentatie maakt dat buitenlandse media elk jaar naar Eindhoven blijven kijken.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van Dezeen.





