Het Centraal Museum in Utrecht heeft een wandlamp van Gerrit Rietveld uit omstreeks 1935 aangekocht. Het is het enige exemplaar van dit ontwerp dat bekend is. Het museum kocht de lamp in maart 2026 op TEFAF Maastricht en verwacht hem eind 2026 te tonen in Collectie Centraal.
Vijf platen opaalglas
De lamp is klein en sober. Een frame van verchroomd messing houdt vijf platen opaalglas vast, en het geheel zit op een messing voet met fitting. Het melkwitte glas verspreidt het licht zacht in plaats van het als een felle punt de kamer in te sturen. Er is geen versiering, geen kap in de klassieke zin: de lamp bestaat uit platen die samen een vorm maken, precies zoals veel van Rietvelds meubels uit losse planken en latten zijn opgebouwd.
Rond 1935 werd de lamp aangeboden via Metz & Co., het Amsterdamse warenhuis dat in die jaren bekendstond om zijn moderne en avant-gardistische inrichting.
Villa Vijverhof in Bloemendaal
De eerste eigenaar was Ada Helena Hondius-Crone (1893-1996), feministe, mecenas en kunstverzamelaar, die tientallen jaren lang vooruitstrevende ontwerpers en architecten opdrachten gaf. Rond 1935 vroeg zij Gerrit Rietveld om haar huis, Villa Vijverhof in Bloemendaal, te verbouwen. Voor dat interieur ontwierp hij een grote buizenlamp, en ook het kleine wandlampje kreeg er een plek. In het lichte, moderne interieur was het een opvallend element.
Na de villa ging de lamp zijn eigen weg. Sinds 1990 dook hij twee keer op bij internationale veilingen, waarna hij in particuliere collecties en de Nederlandse kunsthandel belandde. Op TEFAF Maastricht 2026 toonde Galerie Van den Bruinhorst hem in de presentatie Rietveld’s Visions. Daar sloeg het Centraal Museum toe.

Rietveld als lichtontwerper
Rietveld is vooral bekend van zijn stoelen. De Rood-blauwe stoel en de Zigzagstoel staan in vrijwel elk overzicht van de designgeschiedenis. Dat hij ook met licht experimenteerde, is minder bekend, terwijl het een logisch onderdeel van zijn werk was. Voor Rietveld hoorden meubel, lamp en ruimte bij elkaar.
Het beroemdste voorbeeld is zijn hanglamp met glazen buizen uit het begin van de jaren twintig. De driebuizenlamp in de collectie van het Centraal Museum, van glas en triplex en gedateerd rond 1922, komt uit de inboedel van het Rietveld Schröderhuis. Ook daar is de lamp tot zijn kern teruggebracht: kale buizen, horizontaal en verticaal geplaatst, als lijnen in de ruimte. Het is dezelfde taal van lijnen en vlakken die de kunstenaars van De Stijl gebruikten.
Het wandlampje uit 1935 laat een volgende stap zien. Waar de buizenlamp nog bijna een ruimtelijke tekening is, werkt Rietveld hier met glas als vlak en met verchroomd metaal, materialen die in de jaren dertig het moderne interieur gingen bepalen. Net als bij zijn Beugelstoel zoekt hij naar een vorm die met industriële materialen gemaakt kan worden, zonder dat de eenvoud verloren gaat.
Voor het Centraal Museum, dat ook het Rietveld Schröderhuis beheert, is de aankoop een waardevolle aanvulling op de Rietveldcollectie. Een lamp waarvan maar één exemplaar bestaat, vertelt iets over Rietveld wat zijn bekende stoelen niet vertellen: hoe hij een interieur als geheel benaderde, tot aan het licht op de muur.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van Rietveld Schröderhuis.





