Het Stedelijk Museum Amsterdam toonde van 14 mei tot 18 oktober 2026 de tentoonstelling Kho Liang Ie: Mid-Century Modernist, met ruim tweehonderd objecten en veel archiefmateriaal. Het was de eerste grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in meer dan vijftig jaar, samengesteld door zijn zoon Eng Bo Kho en conservator Ingeborg de Roode. Artifort leende historische stukken uit zijn archief uit en brengt dit najaar twee fauteuils van Kho opnieuw uit: de F656 en de F666.
Van Magelang naar Amsterdam
Kho Liang Ie werd in 1927 geboren in Magelang op Java, in een familie van Chinese afkomst die daar al generaties woonde. In 1949 kwam hij naar Nederland om pedagogiek te studeren, maar hij stapte over naar het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, de voorloper van de Rietveld Academie. Daar koos hij voor binnenhuisarchitectuur. Al tijdens zijn studie kreeg hij opdrachten.
Zijn werk liep van meubels en interieurs tot tentoonstellingen en grafisch ontwerp. Hij werkte voor bedrijven als Bruynzeel, Mosa en Artifort en was adviseur van de stichting Goed Wonen, die de Nederlander kennis wilde laten maken met eenvoudig en goed ontworpen huisraad. Hij overleed in 1975, op 47-jarige leeftijd. Tot 2002 bestond er een Nederlandse designprijs die zijn naam droeg.
De stijl van Artifort
In 1958 werd Kho esthetisch adviseur en ontwerper bij Artifort in Maastricht. Hij bemoeide zich niet alleen met de meubels, maar met alles wat het merk naar buiten bracht, tot de communicatie aan toe. Belangrijker nog voor de geschiedenis van het merk: hij haalde de Franse ontwerper Pierre Paulin en de Brit Geoffrey Harcourt binnen. Hun kuipstoelen en organische fauteuils bepaalden in de jaren zestig en zeventig het beeld van Artifort, dat nog steeds tot de bekendste Nederlandse meubelmerken hoort.
Zijn eigen ontwerpen voor het merk zijn rustiger van toon: banken en fauteuils met heldere lijnen, zoals de 070, de C683, de C684 en de F416. Enkele daarvan zijn nooit uit productie gegaan of al eerder opnieuw uitgebracht. De F656 en F666 zijn volgens Artifort herinterpretaties van een ontwerp uit de jaren zeventig, met een heldere, bijna grafische opbouw en een comfortabele zitting.

Schiphol als totaalontwerp
Het werk waarmee Kho het grootste publiek bereikte, is de terminal van Schiphol. In 1963 kreeg hij de opdracht voor het complete interieur van het nieuwe stationsgebouw, dat vier jaar later openging. Hij werkte samen met architect Frans de Weger, bouwcoördinator Marius Duintjer en grafisch ontwerper Benno Wissing, die de bewegwijzering maakte.
Het resultaat was een interieur van warm eikenhout, een ingetogen kleurenpalet en goed leesbare gele borden. Winkels en zitgroepen waren modulair opgezet, zodat de luchthaven kon groeien zonder dat het geheel uit elkaar viel. In de wachtruimtes stonden zitbanken van Artifort. De 070 uit die tijd zit nog altijd in de collectie van het merk, en wie vandaag over Schiphol loopt, ziet nog steeds de lattenplafonds in de pieren en de roestvrijstalen wand tussen Schiphol Plaza en de vertrek- en aankomsthallen.
Een modernist met een eigen toon
De tentoonstelling in het Stedelijk reconstrueerde ook een deel van de expositie die Kho er in 1971 zelf inrichtte. Daarnaast liet ze zien met wie hij samenwerkte, onder wie Ettore Sottsass, Sheila Hicks en Niki de Saint Phalle. Ook het open kantoor en interieurs voor alleenstaanden kwamen aan bod: ideeën over wonen en werken die destijds nieuw waren.
In de Nederlandse designgeschiedenis staat Kho tussen de functionalisten van Goed Wonen en de internationale vormentaal van de jaren zestig. Zijn werk is sober, maar nooit koel: hout, textiel en zachte kleuren maken de strakke lijnen menselijk. Over het museum zelf lees je meer in ons stuk over de designcollectie van het Stedelijk Museum Amsterdam. De hedendaagse Kho-modellen die Artifort in de tentoonstelling liet zien, worden na afloop beschikbaar voor projecten en woningen, zodat ze weer gewoon gebruikt worden.
Aanleiding voor dit artikel is nieuws van Artifort.





